Een boek schrijven in Callosa

Inleidend hoofdstuk


Wat zat ik vroeger
vol loyale ratjetoe
zwabberend gezwieb

wie het instituut kerk
verlaat, ook paus Oosterhuis
heeft niets te vrezen

dubbele moraal
dichte angstige mannen
mank in hun lichaam

hoe moet een haiku?
hoe moet een lof? hoe een God?
hoe een hoe? en hoe?

treuren is voorbij
wie het instituut kerk verlaat
heeft niets te vrezen

Ik identificeer me niet meer met iemand, die ik zou zijn of zou willen worden, dat is een gebed zonder end. Telkens veranderen inzichten, verandert de mode, de wereld, verander ook ik. Als ik mezelf maar blijf modelleren, zal er altijd iemand blijven, die ik niet of nooit ben geweest.

Na corona ben ik eindelijk weer op interrail. Het kan weer. Wat heb ik hier naar verlangd: mijn reis af maken; dit boek schrijven… Daarom was ik met interrailen begonnen. Midden in de nacht kom ik aan in Valencia. Ik ben alleen met de nog jonge uitbaatster in de keuken van het hostel, waar ik een kamer heb gereserveerd. Verder is er niemand. De uitbaatster komt niet uit haar Engelse woorden. Als ik vraag wat ik uit de keuken allemaal mag gebruiken, krijgt ze een angst-aanval en verliest haar controle. De energie die er dan hangt, doet me zeggen wat ik eigenlijk intuïtief door de telefoon al had willen zeggen: ‘Puedo entender el español. Ik versta Spaans. Ik praat op het moment misschien wel net zo moeilijk Spaans als zij Engels: het actief praten is ver weggezakt. Ik verzink in wat er in me omgaat en ontspan. Het gebeurt bijna vanzelf. Ik ga niet met haar angst mee en ga ook niet de therapeut uithangen. Er kan ontstaan, wat er ontstaat. Ik pantser mij niet, ook mijn eigen onzekere ladekastjes gaan open. Zij krijgt er vleugels van en haar ogen worden levendig. Bedoel ik het gebruik van materiaal uit de keuken of comida (eten)? Haar toon is nu licht en opgewekt.
‘Si comida.’
De onzekere ladekastjes werken bevrijdend.

Ze doet de ijskast open, kijkt even rond en wijst op ham, kaas en tostibrood. De ham glazig, de kaas, uitgedroogde harde plakken half nog in het aanbiedingszakje uit de supermarkt, het tostibrood, vochtig en klef. De tosti, die ik daar van ’bak’ is goor, maar ik neem ’m mee naar mijn kamer en samen met een blikje zwaar bier van twee weken over tijd, dat ik ook mocht gebruiken, vier ik dat ik de laatste trein naar Valencia heb gehaald. Al vanaf Nederland had ik tegenslag op tegenslag, maar nu, net voor middernacht ben ik er gewoon. Olé! Blij er te zijn, contact te hebben met wat er in me om gaat en blij om weer te kunnen interrailen.

De volgende dag wenst de uitbaatster mij een goede reis. Haar stem klinkt zacht en vriendelijk.
’Gracias,’ zeg ik ontspannen. Ik verlaat haar opgelucht, dankbaar voor wat er tussen ons heen en weer heeft kunnen gaan. Onzekere golven losten zich op in helder rustig water. Zachtjes juich ik. Ik stond op gelijk niveau met haar. Jaren lang heb ik dit gewild, mens kunnen zijn overal waar ik ben en kom, mezelf kunnen zijn. En niet van de weeromstuit de therapeut gaan spelen of de leider. Wat is er vreemd aan een angstaanval? Wie weet wat haar triggerde? Ik stel google maps in en loop richting busstation.

licht en loom vinden
los wandelend, mijn benen
hun eigen voeten

niet meer wegzinkend
in donkere gaten mist
lopen zij hun weg

Op het busstation koop ik een kaartje over Benidorm naar Callosa. Heb ik een plaatsje gevonden in het stationsrestaurant. De aroma van versgezette koffie smelt op mijn tong en het broodje chorizo geurt alsof het vers uit het paradijs is gevallen. De smaak van de gore tosti is hiermee volledig weggeëbt.

het opgelegde vervliegt
er ontstaat een gemoed
zonder samengebald perspectief
woorden en zinnen

zonder roep vanuit een hemel
treft de taal
wat in me omgaat wordt helder
in vrijheid en aanvaarding

ik bewoon mijn eigen huis
ontdek wie ik kan zijn
zonder samengebald perspectief
het opgelegde vervliegt

In Callosa kan ik terecht in een van de monumentale panden van de Fundación Cultural Knecht-Drenth, een stichting, opgericht door Tijmen Knecht en Helen Knecht-Drenth, die tegen een beperkte bijdrage tijdelijke woon-en-werkruimte beschikbaar stelt aan Nederlandse en Vlaamse kunstenaars, schrijvers, vertalers en wetenschappers, om zo aan een van hun artistieke initiatieven te kunnen werken. Daar zit ik nu dit boek te schrijven. Al word ik ook ouder, ik leef hier helemaal op.

een link naar een vlog, dat hier aan gerelateerd is :

https://youtu.be/3uxc5v4GISI